Wat is Candida?

Candida, een van nature in ons lichaam voorkomende ‘schimmel’ die eigenlijk helemaal geen schimmel is, toch?

Heb je regelmatig last van een opgeblazen gevoel, hardnekkige darmklachten, terugkerende schimmelinfecties, een witte aanslag op de tong of vaginale gistinfecties? Dan vraag je je misschien af of Candida een rol speelt.

Candida is een gist die van nature voorkomt in en op het menselijk lichaam. In kleine hoeveelheden maakt zij deel uit van het darmmicrobioom en leeft zij samen met miljarden bacteriën zonder problemen te veroorzaken. Sterker nog, het immuunsysteem komt gedurende het hele leven met Candida in aanraking en leert hierdoor onderscheid te maken tussen lichaamseigen en lichaamsvreemde organismen.

Problemen ontstaan pas wanneer de balans in het darmmicrobioom verstoord raakt. Candida kan dan uitgroeien tot een opportunistische ziekteverwekker en klachten veroorzaken. Het lokaal behandelen van een schimmelinfectie met een crème of vaginale behandeling kan de klachten tijdelijk verminderen, maar wanneer de onderliggende oorzaak niet wordt aangepakt, keren de klachten vaak terug.

Wanneer en hoe veroorzaakt Candida klachten?

Een overgroei van Candida kan samengaan met uiteenlopende klachten. De bekendste zijn:

  • Opgeblazen gevoel en gasvorming
  • Darm- en spijsverteringsklachten
  • Witte aanslag op de tong (spruw)
  • Terugkerende vaginale schimmelinfecties
  • Schimmelinfecties van huid, nagels of voeten
  • Vermoeidheid
  • Hoofdpijn
  • Voedselintoleranties

Sommige mensen geven daarnaast aan neurologische klachten te ervaren zoals tintelingen, een gevoel van elektrische schokjes, moeite met concentreren of moeilijk op woorden kunnen komen. Ook worden gewrichtsklachten en nierstenen regelmatig genoemd. Hoewel deze symptomen in de praktijk vaak worden beschreven, is het wetenschappelijk bewijs voor een direct oorzakelijk verband met een overgroei van Candida beperkt. Wel zijn er aanwijzingen dat bepaalde schimmels en gisten metabolieten kunnen produceren, waaronder glyoxylaat. Glyoxylaat kan in het lichaam worden omgezet in glycine, daarvoor is voldoende vitamine B6 in het lichaam nodig. Onder bepaalde omstandigheden kan glyoxylaat bijdragen aan de vorming van oxalaat (oxaalzuur). Een verhoogde oxalaatbelasting wordt in verband gebracht met de vorming van calciumoxalaat-nierstenen en gewrichtsklachten.

Ook kan Candida koolhydraten fermenteren waarbij onder andere alcoholen en aldehyden, zoals acetaldehyde, worden gevormd. Acetaldehyde is een reactieve stof die door de lever moet worden afgebroken en waarvan wordt gedacht dat deze kan bijdragen aan klachten zoals hersenmist, vermoeidheid, hoofdpijn en een ‘katerachtig’ gevoel. Acetaldehyde is bijvoorbeeld ook een tussenstof bij de afbraak van ‘normale’ alcohol, zoals die in bier en wijn. Daarnaast worden bij sommige mensen verhoogde concentraties van metabolieten zoals D-arabinitol (een suikeralcohol afgeleid van arabinose) gevonden, die in onderzoek worden gebruikt als mogelijke marker voor een verhoogde Candida-activiteit. Hoewel de klinische betekenis hiervan nog niet volledig duidelijk is, vermoeden sommige onderzoekers dat deze stofwisselingsproducten kunnen bijdragen aan de ervaren klachten.

Bovendien kan acetaldehyde de afbraak van histamine verstoren door enzymen zoals aldehyde dehydrogenase (ALDH) indirect te belasten. Bij mensen die gevoelig zijn voor histamine of een verminderde histamine-afbraak hebben, kan dit bijdragen aan klachten zoals hoofdpijn, huidreacties, hartkloppingen of een verstopte neus. De relatie tussen Candida en histamine-intolerantie is complex en verschilt waarschijnlijk per persoon, maar in de praktijk worden beide regelmatig naast elkaar gezien.

Maar hoe kan een normaal aanwezige gist zich ontwikkelen tot een hardnekkige overgroei die zulke uiteenlopende klachten veroorzaakt? Daarvoor moeten we kijken naar de bijzondere eigenschappen van Candida zelf.

Gist, hyfen en biofilms: hoe Candida zich beschermt

Candida komt normaal gesproken voor als een eencellige gist. Maar waarom dan telkens de term schimmel terwijl Candida eigenlijk een gist is? Onder bepaalde omstandigheden kan zij dusdanig groeien naar een draadvormige groeivorm waarbij lange draadvormige uitlopers, zogenaamde hyfen, worden gevormd. Deze hyfen kunnen zich stevig aan het darmslijmvlies hechten en bijdragen aan irritatie van het darmepitheel, waardoor de integriteit van de darmbarrière onder druk komt te staan.

Daarnaast kan Candida een biofilm vormen: een beschermende laag waarin gisten en soms ook bacteriën samenwerken. Door dit natuurlijk ‘schild’ kunnen micro-organismen minder gevoelig worden voor afweermechanismen zoals ons lichaamseigen immuunsysteem en antimicrobiële behandelingen. De effectiviteit van antischimmelmiddelen en antibiotica neemt dus af in de aanwezigheid van deze biofilms.

Deze beschermingsmechanismen helpen Candida niet alleen te overleven, maar beïnvloeden ook de omgeving waarin zij leeft. Daardoor kan uiteindelijk de balans van het darmmicrobioom en de darmwand zelf onder druk komen te staan.

De relatie tussen Candida, het darmmicrobioom en de darmbarrière

Een gezonde darm bevat een grote diversiteit aan bacteriën die elkaar in balans houden. Wanneer deze balans verstoord raakt, bijvoorbeeld door antibiotica, langdurige stress, een eenzijdig voedingspatroon of andere verstoringen van de spijsvertering, krijgt Candida meer ruimte om te groeien.

Een overgroei van Candida kan het darmslijmvlies irriteren en bijdragen aan verstoring van de darmbarrière, waardoor deze verhoogd doorlaatbaar kan worden. In mijn blog over Hyperpermeabele darm: hoe een lekkende darm je gezondheid kan beïnvloeden kun je meer lezen over een verhoogde doorlaatbaarheid van de darmwand. Hierdoor komen schimmelbestanddelen en andere stofwisselingsproducten in contact met het immuunsysteem, waardoor laaggradige ontstekingen kunnen ontstaan.

Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel: een verstoorde darmflora bevordert de groei van Candida, terwijl Candida op haar beurt de balans van het darmmicrobioom verder kan verstoren en er een darmmilieu ontstaat waarin ontstekingsactiviteiten en immuunactivatie de boventoon voeren. Toch ontstaat een Candida-overgroei zelden volledig op zichzelf. In veel gevallen spelen meerdere verstoringen van de spijsvertering tegelijkertijd een rol en versterken zij elkaar onderling.

Candida, dysbiose en SIBO: een veelvoorkomende combinatie

In de praktijk zien we een Candida-overgroei zelden als een op zichzelf staand probleem. Regelmatig gaat deze samen met dysbiose, SIBO, Heliobacter Pylori of andere verstoringen van de darmen en spijsvertering.

Wanneer maagzuur, galafgifte of spijsverteringsenzymen onvoldoende functioneren, blijven meer voedingsstoffen beschikbaar in de darm. Zeker wanneer er sprake is van een verminderde darmmotiliteit, oftewel doorstroom van de voedselbrij. Dit creëert een omgeving waarin opportunistische micro-organismen, waaronder Candida, gemakkelijker kunnen groeien.

Daarom is het belangrijk om niet alleen naar de aanwezigheid van Candida te kijken, maar ook naar de factoren die deze overgroei mogelijk maken.

Herstel van een Candida-overgroei: meer dan alleen een antischimmeldieet

Het beperken van snelle suikers en alcohol kan helpen om klachten te verminderen, omdat dit één van de energiebronnen is voor Candida. Een overgroei ontstaat echter niet alleen door een verkeerd dieet zoals je hebt kunnen lezen.

Candida is een erg weerbaar organisme met een opmerkelijk aanpassingsvermogen. Zij kan zich in zeer uiteenlopende omstandigheden handhaven en schakelt afhankelijk van haar omgeving tussen verschillende stofwisselings- en groeivormen. Bij een overgroei worden veel schadelijke stoffen uitgescheiden die ons lichaam moet verwerken en de darmwand aantasten. Sommige mensen hebben baat bij een kuur met antimicrobiële kruiden of antischimmelmedicatie. Toch blijkt dit niet altijd voldoende om langdurig resultaat te bereiken.

Voor duurzaam herstel is het belangrijk om de onderliggende oorzaken aan te pakken. Denk hierbij aan het herstellen van de spijsvertering, het ondersteunen van een gezond darmmicrobioom, het verbeteren van voeding- en leefstijlgewoonten en het verminderen van factoren die de darmbarrière verder onder druk zetten zoals stress en medicijngebruik.

Wanneer Candida blijft terugkeren kan laboratoriumonderzoek en een individueel gerichte behandeling helpen om inzicht te krijgen in de factoren die de overgroei in stand houden. Op die manier kan je dit proces omkeren door te zorgen voor een goed functionerende spijsvertering, voldoende maagzuur, een goede galafgifte, een intacte darmbarrière en een gevarieerd darmmicrobioom. Dit vormt samen de natuurlijke rem op overmatige groei van Candida. Pas wanneer deze omstandigheden herstellen, neemt ook de kans op terugkerende klachten af.